Met de powerline adapters maakt u van een stopcontact een netwerkaansluiting. Hiervoor plaatst u twee kleine kastjes, de zogenoemde powerline adapters in het stopcontact. De internetkabel wordt vervolgens in de adapter geklikt. 

  • Plaats de powerline adapters in een wandcontactdoos. Zijn de powerlines aangesloten via een stekkerdoos of een verlengstekker dan kan dit een onstabiele internetverbinding veroorzaken. 
  • Gebruikt u meerdere powerline-verbindingen in huis, bijvoorbeeld voor de verbinding met uw televisie, dan kunnen deze verschillende powerlines op elkaar storen. U kunt dit voorkomen door powerline adapters aan te schaffen van hetzelfde merk.
  • Is de stroomaansluiting van uw huis verdeeld over meerdere fases? Zorg er dan voor dat de powerline adapters op dezelfde fase zijn aangesloten. 

Druk dertienmaal op de knop van uw omvormer. Er verschijnt dan een IP-adres (192.168.xxx.xxx of 0.0.0.0) met daaronder ‘Connected’ of ‘Disconnected’. Let op! De status ‘Connected’ of ‘Disconnected’ gaat niet over uw internetverbinding, maar over de verbinding met Zevercloud, de online monitoringsomgeving.

Wilt u het IP-adres in de gaten houden wanneer u onderstaande stappen uitvoert? Een correct IP-adres begint met de cijfers 192.168. De wijziging in het IP-adres op uw omvormer moet binnen 30 minuten zichtbaar zijn. 

U vindt een powerline in de buurt van uw omvormer en een powerline in de buurt van uw modem/router (vaak in de meterkast). Vanuit uw omvormer loopt een internetkabel naar de powerline in de buurt van uw omvormer.  Ook loopt er een internetkabel van de powerline in de buurt van uw modem naar uw modem. Controleer of deze kabels goed in de adapters zijn aangesloten.

Brandt het onderste lampje op beide powerlines? Dan zijn de internetkabels goed aangesloten. Brandt deze niet? Controleer dan nogmaals de internetkabels. 

Sommige powerlines moeten met elkaar gekoppeld worden. De adapters hebben een ‘pair’-knopje. Het koppelen van beide adapters doet u door op beide adapters de ‘pair’ knop in te drukken binnen twee minuten na elkaar. Alle lampjes op de powerline moeten nu gaan branden.

Brandt het middelste lampje na het uitvoeren van de pairing? Dan zijn de powerlines gekoppeld. Blijft het middelste lampje uit? Dan is er geen koppeling tussen de kastjes.

Haal de internetkabels uit de powerline adapters. Haal de powerline adapters uit het stopcontact en plaats de kastjes in een stopcontact naast elkaar, bijvoorbeeld in een dubbele wandcontactdoos. Druk op het pairknopje van beide kastjes. Het middelste lampje op beide kastjes moet nu gaan branden. Plaatst de powerlines nu weer op hun originele plek. Klik de internetkabels weer in beide adapters. Mogelijk gaat het middelste lampje gelijk aan, mogelijk moet u de powerlines nogmaals pairen zodat het middelste lampje gaat branden.

Uw modem heeft vaak meerdere ingangen, zogenoemde poorten. Het is mogelijk dat niet alle poorten (goed) werken. Klik de internetkabel in een andere poort van uw modem.

Gebruikt u naast uw modem ook een router? Sluit dan de internetkabel aan op de router in plaats van op de modem.

Als laatste stap kunnen we de omvormer opnieuw opstarten. Draai daarvoor de draaischakelaar onder aan de omvormer op 0. Het display gaat nu uit. Wacht 10 minuten en draai de schakelaar dan weer op 1. 

Is de internetverbinding goed tot stand gekomen dan staat de status van uw omvormer op ‘Connected’ wanneer u weer dertien keer op de knop van uw omvormer drukt.

VEELGESTELDE VRAGEN

Heeft u het antwoord gevonden?